- grind
- n. zwaar werk; erosie; het vermalen--------v. ploeteren; knarsen, schuren; verbrijzelen, vermalengrind1[ grajnd] 〈zelfstandig naamwoord〉1 geknars ⇒ schurend/knarsend geluid2 〈geen meervoud; informeel〉inspanning ⇒ (vervelend) karwei3 〈Amerikaans-Engels; informeel〉blokker ⇒ harde werker♦voorbeelden:2 the dull daily grind • de (saaie) dagelijkse sleurbe on the grind • ingespannen bezig zijn————————grind2〈ground, ground [graund]〉I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 zich laten malen ⇒ zich (goed) tot malen lenen2 〈informeel〉blokken ⇒ ploeteren♦voorbeelden:2 he is grinding away at his maths • hij zit op zijn wiskunde te blokkenII 〈onovergankelijk en overgankelijk werkwoord〉1 knarsen ⇒ schuren, krassen♦voorbeelden:1 grind one's teeth • tandenknarsengrind to a halt • tot stilstand komen 〈ook figuurlijk〉III 〈overgankelijk werkwoord〉1 verbrijzelen ⇒ (ver)malen, verpletteren; 〈figuurlijk〉 onderdrukken2 (uit)trappen 〈ook figuurlijk〉3 slijpen4 (doen) draaien 〈(koffie)molen, draaiorgel e.d.〉♦voorbeelden:1 grind coffee • koffie malengrinding poverty • schrijnende armoedepeople ground down by taxes/tyranny • mensen verpletterd onder de belastingdruk/onderdrukt door tirannie2 grind one's cigarette into the rug • zijn sigaret in het tapijt (uit)trappen
English-Dutch dictionary. 2013.